Pleitbaar standpunt in het fiscale boeterecht

Inleiding

Van een pleitbaar standpunt is sprake indien de belastingplichtige een onjuist standpunt heeft ingenomen waarvoor voldoende sterke argumenten zijn aan te voeren. Het moet gaan om een in redelijkheid verdedigbaar (pleitbaar standpunt).[1] Als er sprake is van een pleitbaar standpunt komt opzet of grove schuld niet meer in beeld en kan de Belastingdienst derhalve ook geen vergrijpboete meer opleggen.

Wat is een pleitbaar standpunt

Al in 1984 aanvaardde de Hoge Raad[2] dat geen sprake is van opzet of grove schuld indien een  standpunt wordt ingenomen dat zodanig pleitbaar is dat aannemelijk is dat belanghebbende meende juist te handelen.  In een later arrest[3] oordeelde de Hoge Raad wederom, maar nu met een andere terminologie, dat van opzet en grove schuld geen sprake is als het door belanghebbende ingenomen standpunt in die mate verdedigbaar was dat hij redelijkerwijs kon menen juist te handelen.

Sinds het arrest van 23 september 1992[4] hanteert het in dat arrest geïntroduceerde criterium “lichtvaardig handelen”. De Hoge Raad overwoog in dat arrest: “ Bij de beantwoording van de vraag of terecht een verhoging (thans: boete.PK) is opgelegd, dient in aanmerking te worden genomen dat voor het standpunt van A NV met betrekking tot haar belastingplicht, ook al wordt dit tenslotte onjuist bevonden (cursivering: PK), zodanige argumenten zijn aan te voeren dat niet kan worden gezegd dat A NV door bedoeld standpunt in te nemen dermate lichtvaardig heeft gehandeld (cursivering: PK) dat het aan opzet of grove schuld is te wijten dat van haar te weinig belasting is geheven.”

Feteris[5] betoogt dat de Hoge Raad met de nieuwe formulering in zijn arrest van 23 september 1992 tot uitdrukking heeft willen brengen dat voor het opleggen van een boete sprake moet zijn van een ernstige mate van verwijtbaarheid.

Wanneer is sprake van een pleitbaar standpunt

Het antwoord op de vraag wanneer een standpunt pleitbaar is, is niet altijd met zekerheid te geven. In een aantal gevallen staat echter wel vast dat een standpunt als pleitbaar kan worden aangemerkt zodat opzet of grove schuld niet in beeld kunnen komen.

  1. Een standpunt is in ieder geval pleitbaar indien het weliswaar door de Hoge Raad als onjuist wordt bestempeld maar door het Gerechtshof of de Advocaat-Generaal juist wordt bevonden.
  2. Een door belanghebbende bepleite uitleg van een rechtsvraag die door de Rechtbank wordt overgenomen geldt als een pleitbaar standpunt. Ook al wordt een dergelijke uitleg in eerste aanleg  van een rechtsvraag in hoger beroep of in cassatie als onjuist aangemerkt, dan nog geldt de opvatting  van belanghebbende als pleitbaar. Hetzelfde geldt ook voor een door de rechtbank gegeven oordeel over de kwalificatie van de feiten.
  3. Belanghebbende heeft mogelijk een pleitbaar standpunt indien zijn opvatting in de literatuur ook is ingenomen. Niet duidelijk is welke rol de autoriteit van de betreffende auteur speelt. De jurisprudentie op dat punt is niet duidelijk. Er mag echter wel van worden uitgegaan dat een standpunt dat bepleit is in een artikel van een hoogleraar eerder eerder als pleitbaar wordt aangemerkt dan een standpunt van een student in zijn eerste artikel in de fiscale vakliteratuur.

Een door de Rechtbank gegeven oordeel met betrekking tot de vaststelling van de feiten inclusief bewijsoordelen hoeft niet een pleitbaar standpunt op te leveren. Zou dat immers anders zijn dan zou de Belastingdienst tegen de vernietiging door de Rechtbank van de boetebeschikking  geen hoger beroep meer kunnen instellen. In een hoger beroep procedure moet de uitspraak van de rechtbank in beginsel immers aan een volledige herziening onderworpen worden. Dat geldt dus ook voor een oordeel van de rechtbank omtrent opzet of grove schuld.

Objectieve of subjectieve benadering

In de fiscale literatuur wordt vrij algemeen aangenomen dat de Belastingkamer van de Hoge Raad een objectieve benadering van het begrip pleitbaar standpunt voor staat. Bij een dergelijke objectieve benadering gaat het er of er voldoende argumenten kunnen worden aangevoerd om het ingenomen standpunt pleitbaar te maken.

Derhalve hoeft niet te worden aangetoond wat de intentie van de belastingplichtige was. De belastingplichtige hoeft zelf geen argumenten aan te dragen om zijn standpunt pleitbaar te maken.  Zulks is echter anders in het fiscale strafrecht. De strafkamer van de Hoge Raad gaat wel uit van een subjectieve benadering.

Menigeen verdedigt dat de steeds toenemende invloed van het commune strafrecht op het fiscale boeterecht er toe leidt dat de jurisprudentie van de Belastingkamer van de Hoge Raad ten aanzien van het leerstuk van het pleitbare standpunt opschuift van een objectieve naar een subjectieve benadering. Aanleiding hiervoor is het arrest van de Hoge Raad van 19 april 2013[6]. In dit arrest overwoog de (Belastingkamer van de) Hoge Raad:”Hoewel het middel terecht erover klaagt dat het Hof zich niet heeft uitgelaten over belanghebbendes stelling dat hij een pleitbaar standpunt had, kan ook die klacht niet tot cassatie leiden, aangezien dat standpunt blijkens het middel geen betrekking had op belanghebbendes gedragingen bij het doen van de hiervoor vermelde aangiften, op grond van welke gedragingen het Hof het voor de boetes vereiste opzet heeft aangenomen”.

Slotopmerkingen   

Hoewel uit de jurisprudentie mogelijk is op te maken dat het begrip pleitbaar standpunt opschuift richting het commune strafrecht, gaat de Staatssecretaris van Financiën er blijkens de laatste versie van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingzaken[7] (hierna: BBBB) nog steeds van een objectieve benadering. Het BBBB is een beleidsregel waarop door de burger een rechtstreeks beroep kan worden gedaan indien een boete dreigt.

Amstelveen, 7 februari 2014

 

[1] Mr. J.W. Ilsink. Enkele gedachten over het fiscale pleitbare standpunt in strafzaken. Draaicirkels van formeel belastingrecht.

[2] Hoge Raad 11 juli 1984, BNB 1984/268*

[3] Hoge Raad 7 september 1988, BNB 1988/319

[4] Hoge Raad 23 september 1992, BNB 1993/93

[5] M.W.C. Feteris. Formeel belastingrecht. Fiscale hand- en studieboeken nr 9, 2e druk 2007, blz 350 ev

[6] BNB 2013/156

[7] Staatscourant 23 december 2013, nr 35876

Facebook
Twitter
LinkedIn

PE-punten of PE-uren behalen?

ProceD geeft studiebijeenkomsten, incompany training en vaktechnisch overleg.


Lees verder »

Actualiteiten

Tegemoetkomingsbeleid FSV

Staatssecretaris Marnix van Rij heeft op 4 november 2022 een brief naar de Tweede kamer gestuurd waarin het tegemoetkomingsbeleid voor verschillende groepen gedupeerden door de

Lees verder »

publicaties

uitspraken

laatste tweets @proced_nl

Drie aanhoudingen vanwege onjuiste aangiftes in horeca- en hotelschoonmaakbranche https://www.om.nl/actueel/nieuws/2022/12/06/drie-aanhoudingen-vanwege-onjuiste-aangiftes-in-horeca--en-hotelschoonmaakbranche

Hoge Raad oordeelt dat voor de verplichting om voor het doen van aangifte loonheffingen gebruik te maken van eHerkenning een wettelijke basis bestaat. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2022:1787&showbutton=true

Fiod ondervraagt Groningse notaris in witwasonderzoek Jumbo-topman. https://fd.nl/bedrijfsleven/1459159/fiod-ondervraagt-groningse-notaris-in-witwasonderzoek-jumbo-topman-k2k2caZPHsYe?utm_medium=social&utm_source=twitter&utm_campaign=earned&utm_content=20221129

Tijdelijk geen informatieverstrekkingen uit UBO-register https://www.taxence.nl/nieuws/tijdelijk-geen-informatieverstrekkingen-uit-ubo-register/